Een bodemonderzoek vermijden: dat kan onder bepaalde voorwaarden!

1819.brussels

Profiteer van een vrijstelling van verkennend bodemonderzoek (VBO): wanneer, op welke voorwaarden, hoe aan te pakken, wat zijn de gevolgen?

Hieronder vindt u enkele van de elementen die aangeven wanneer een vrijstelling van VBO mogelijk is.

Het terrein of het gebouw:

  • werd nooit als potentieel verontreinigd beschouwd,

  • werd minder dan een jaar (en zelfs 15 jaar in sommige gevallen) geleden aan een VBO onderworpen,

  • is het voorwerp geweest van een rapport (eindevaluatie genaamd) dat van minder dan een jaar (en zelfs 15 jaar in sommige gevallen) geleden dateert, en waarin wordt bevestigd dat het is gesaneerd of beheerd op het gebied van risico's voor de gezondheid en het milieu,

  • is het voorwerp geweest van een VBO (of van een eindevaluatie) en later werden alle beschermingsmaatregelen genomen om te vermijden dat de risicoactiviteit op het terrein de bodem opnieuw verontreinigt,

  • valt onder categorie 3 in de inventaris van de bodemtoestand, wat betekent dat het niet in overeenstemming is met de interventienormen*, maar dat de risico's voor de gezondheid en het milieu toelaatbaar zijn (gemaakt),

  • valt onder categorie 4 in de inventaris van de bodemtoestand, wat betekent dat het niet in overeenstemming is met de interventienormen*, en dat het op dat gebied nog moet worden behandeld of dat die behandeling aan de gang is,

  • maakt het technisch gezien onmogelijk een VBO uit te voeren (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een ondergronds waterbekken dat hoger ligt dan de bodem van het gebouw waarin de boringen moeten worden uitgevoerd).

*: concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en in het grondwater, vastgelegd per kwetsbaarheidszone, waarboven de risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu als niet te verwaarlozen worden beschouwd en een behandeling van de verontreiniging is vereist

Welke stappen dienen er in de praktijk te worden gevolgd om de vrijstelling te verkrijgen?

1. Er wordt a priori nagegaan of een VBO verplicht is door artikel 13 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems te raadplegen.

Dat is bijvoorbeeld het geval:

  • bij de verkoop van een potentieel verontreinigd terrein dat risico's met betrekking tot de bodem zou kunnen inhouden (categorie 0 in de inventaris van de bodemtoestand),

  • als er wordt verzocht om een milieuvergunning voor een activiteit die een risico inhoudt voor de bodem, als die vergunning wordt verlengd of vernieuwd,

  • als een activiteit die een risico inhoudt voor de bodem wordt stopgezet,

  • als een milieuvergunning met betrekking tot een risicoactiviteit wordt overgedragen aan een andere exploitant,

  • als er graafwerkzaamheden of werkzaamheden die het risico kunnen vergroten van blootstelling aan een verontreiniging van de bodem zullen plaatsvinden op een terrein dat onder categorie 0 valt in de inventaris van de bodemtoestand.

2. Er wordt nagegaan of men, voor het geval dat verband houdt met de verplichting van een VBO, profiteert van een vrijstelling door artikel 60 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems te raadplegen.

Als er bijvoorbeeld wordt verzocht een milieuvergunning voor een activiteit die een risico inhoudt voor de bodem, maar het terrein nooit als potentieel verontreinigd werd beschouwd, zal het op bepaalde voorwaarden mogelijk zijn het onderzoek niet uit te voeren.

3. De gevolgen worden geïdentificeerd, als ervoor wordt gekozen de vrijstelling aan te vragen.

In ons voorbeeld is het zo dat, als op het einde van de exploitatie van de risicoactiviteit een verontreiniging wordt ontdekt die de saneringsnormen overschrijdt, de houder van de milieuvergunning het terrein automatisch zal moeten saneren, zelfs als zou blijken dat hij er niet verantwoordelijk voor is. Aangezien er in het begin geen VBO werd uitgevoerd, wordt er met andere woorden van uitgegaan dat het terrein niet was verontreinigd.

4. Er wordt bepaald op welk ogenblik Brussel Leefmilieu (BIM) en, in de meeste gevallen, ook de gemeente op de hoogte moet worden gebracht.
Dat is minstens 15 of 30 dagen vóór de verplichting om het VBO uit te voeren. In de praktijk levert dat problemen op mocht het BIM u de vrijstelling weigeren, want in sommige gevallen zou u de tijd niet meer hebben om het VBO uit te voeren. Voorzichtigheidshalve is het beter de vrijstelling zo snel mogelijk aan te vragen.

We gaan verder met ons voorbeeld. U moet het BIM 14 dagen voordat uw milieuvergunning wordt uitgereikt, op de hoogte brengen. Als het BIM u toch vraagt een VBO ui te voeren, iets wat gemiddeld 3 maanden in beslag neemt, zal uw vergunning worden geweigerd.

Wat dat betreft, raden wij u aan het artikel "Begin tijdig met uw bodemonderzoek" te lezen.

5. Het kennisgevingsformulier / de aanvraag tot vrijstelling wordt ingevuld en aangetekend naar het BIM en, in voorkomend geval, naar de gemeente verzonden.

6. Er wordt bepaald of er al dan niet moet worden gewacht op een antwoord van het BIM.
Voor bepaalde types vrijstelling zal het BIM alleen reageren als het dat noodzakelijk acht. Voor andere is de schriftelijke toestemming van het BIM nodig, om er zeker van te zijn dat er kan worden geprofiteerd van de vrijstelling.

Wat betreft ons voorbeeld met betrekking tot een milieuvergunning voor een activiteit die een risico inhoudt voor de bodem, hoeft er niet te worden gewacht op een antwoord.

Als er wordt teruggekomen op het geval van de technische onmogelijkheid om een VBO uit te voeren, moet er worden gewacht tot het BIM akkoord gaat met uw argumentatie (over het algemeen bevestigd door een bodemverontreinigingsdeskundige erkend door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en u antwoordt.

Wij hebben u in dit artikel proberen uit te leggen wat de filosofie is achter een aanvraag tot vrijstelling, wat de gevolgen ervan zijn en welke weg er moet worden gevolgd. Het is niet mogelijk alle situaties te bekijken, aangezien ze zo talrijk zijn.

Tot slot kunnen we er nog aan toevoegen dat er, als u toch een VBO moet laten uitvoeren door een bodemverontreinigingsdeskundige erkend door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, subsidies bestaan die, vooral als u niet verantwoordelijk bent voor de verontreiniging, aanzienlijk kunnen zijn. Voor bepaalde types steun moet u echter een voorakkoord aanvragen.

Vragen?

Wenst u meer info over de wetgeving ter zake of over milieuvergunningen? Aarzel dan niet contact op te nemen met de deskundigen van de cel "Stedenbouw& Milieu" van impulse.brussels op het nummer : 02/422 51 29. 

Blijf up-to-date

Het ondernemerslandschap staat niet stil. Wil je niets missen? Sluit je aan bij 25.000 abonnees en ontvang elke twee weken gratis leerrijke inhoudsartikels, concrete tips, boeiende ondernemersportretten, actuele nieuwtjes en een overzicht van nuttige workshops en netwerkactiviteiten in Brussel in je mailbox.