Innoveren tegen (bijna) elke prijs

1819.brussels

Om te beginnen een korte definitie: Innoviris is een openbare instantie die belast is met het promoten en vooral financieel ondersteunen van de technologische innovatie in Brussel. Het instituut financiert RDI (Research, Development & Innovation) projecten van ondernemingen en/of onderzoeksinstellingen – universiteiten, hogescholen, onderzoekscentra – die gevestigd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sebastian Serrano is wetenschappelijk adviseur bij Innoviris. Hij heeft de taak om de technische inhoud te analyseren van de door de ondernemingen en universiteiten ingediende dossiers.

Waar komt Innoviris vandaan?

Sebastian Serrano: "De instantie werd in 2004 opgericht op basis van een ordonnantie van de Brusselse regering uit 2003. Aanvankelijk onder de afkorting IWOIB (Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie van Brussel) die later werd veranderd in een wat sprekender benaming. We zijn rechtstreeks afhankelijk van de Brusselse minister voor wetenschappelijk onderzoek, Céline Fremault.

Een kleine precisering: het onderzoek zelf wordt uiteraard niet bij ons verricht. Wij bieden financiële steun aan de ondernemingen en onderzoeksinstellingen die op hun beurt RDI-programma's ontwikkelen. "

Wat zijn de prioriteiten van Innoviris, welke onderzoeksprogramma's krijgen momenteel de voorrang?

Sebastian Serrano: "U moet weten dat we steunprogramma's in het leven hebben geroepen die de hele waardeketen van de innovatie dekken. Dit betekent bijvoorbeeld dat we in een Brusselse kmo, nog voordat de onderneming grotere uitgaven doet, een deel van de kosten kunnen financieren om in onderaanbesteding aan een derde instantie de technische haalbaarheid van een project na te gaan. Dit geeft ons tevens de kans om te weten of deze kmo later een onderzoeks- of ontwikkelingsprogramma zal opstarten dat wij ook financieel kunnen ondersteunen.

Over het algemeen voeren ondernemingen de technische haalbaarheidsanalyse uit met eigen vermogen en opteren rechtstreeks voor de financiering door Innoviris van een RDI-project. We spreken dan, voor alle programma's van Innoviris samen, over steun die gaat van enkele tienduizenden tot honderdduizenden euro. De omvang van het ingediende budget zal afhangen van de bedrijfssector, de omvang van het RDI-programma, het aantal betrokken personen, de werkingskosten, de toegestane investeringen en een eventuele onderaanbesteding. De voornaamste sectoren zijn gezondheidszorg, milieu en ICT (Information and Communication Technology). "

Is er sprake van een bewuste strategische keuze of eerder van een constatering, in de zin dat het merendeel van de ingediende projecten uit deze grote sectoren komt?

Sebastian Serrano: "We staan uiteraard ook open voor relevante projecten uit andere sectoren. Maar we kunnen eenvoudigweg constateren dat het overgrote deel van de bij ons ingediende dossiers zich in deze bedrijfssectoren bevindt. Dit gezegd zijnde, is het eigenlijk ook logisch: het Brussels Gewest is zeer dichtbevolkt en de beschikbare grondoppervlakte is beperkt voor industriële economische activiteiten.

Het is dan ook geen verrassing dat een sector als de ICT, die weinig ruimte nodig heeft, zich hier gemakkelijk kan ontwikkelen. Ik karikaturiseer een beetje, maar het is waar dat je met 3 computers en 3 developers al een bedrijfje kunt beginnen... De ICT-sector is overigens onze eerste sector wat financiële steun betreft. De tweede sector is de gezondheidszorg, maar daar gaat het meer om universitair onderzoek. Het milieu staat op de derde plaats, al moet ik zeggen dat we jammer genoeg nog niet genoeg projecten ontvangen. Dit houdt ongetwijfeld verband met het feit dat er in deze sector veel kleinschalige, zeer versnipperde actoren zijn. Bij Innoviris zijn we er echter van overtuigd dat het milieu een sleutelsector is voor onze economische ontwikkeling. Daarom bestuderen we de mogelijkheid om andere, meer geschikte financieringsinstrumenten in te voeren.

Naast dit alles hebben we uiteraard ook de Europese programma's, maar de deelname daaraan vereist een zekere ervaring. Daarom raden we ondernemingen aan om eerst de 'plaatselijke' programma's op het gebied van RDI-steun te verkennen, voordat ze zich storten in de diepe wateren van de Europese tegemoetkomingen. Ik voeg er wel aan toe dat we ook een programma aanbieden met hulp bij de voorbereiding van dergelijke Europese dossiers en dat we tevens bijstand verlenen op het gebied van de bescherming van de intellectuele eigendom (octrooien). Zodra ondernemingen of onderzoekscentra hun programma hebben afgerond en resultaten hebben om te beschermen, kunnen wij hen daarbij ook financieel ondersteunen. "

Hoe wordt het budget van Innoviris verdeeld over de ondernemingen enerzijds en de onderzoekscentra (met name universiteiten en hogescholen) anderzijds?

Sebastian Serrano: "We beschikken over een jaarbudget van circa 40 miljoen euro en over het algemeen kunnen we stellen dat het fiftyfifty is. Toch een belangrijke precisering: waar de ene helft van het budget naar ondernemingen gaat, gaat de andere helft niet alleen naar universiteiten, maar ook naar hogescholen en collectieve onderzoekscentra. Het gaat voornamelijk om Sirris (Collectief Centrum van de Belgische Technologische Industrie, Agoria) en het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) maar ook, in een andere sector, om Brufotec dat als missie heeft de Brusselse bedrijven uit de voedingssector te helpen om te voldoen aan de geldende wetgeving, met name op het gebied van voedselveiligheid en -hygiëne en milieubeheer. "

We hebben het over onderzoek en ontwikkeling. Zijn bepaalde aspecten belangrijker dan andere bij de financiële steun die u biedt?

Sebastian Serrano: "U moet weten dat ondernemingen zich in tijden van crisis meer richten op ontwikkelings-programma's. Ze kunnen deze namelijk sneller op de markt exploiteren en er wordt sneller overgegaan op de prototypefase. Onderzoek vergt daarentegen meer tijd en kennisvergaring. Het is risicovoller en ondernemingen zijn er niet zeker van dat ze uitkomen bij iets dat kan worden verkocht. "

Aan welke voorwaarden moeten ondernemingen of onderzoekscentra voldoen om voor uw steun in aanmerking te komen?

Sebastian Serrano: "Ze moeten in de lijn liggen van de logica achter de verschillende programma's die we aanbieden. Een eerste voorbeeld is Doctiris, dat in 2011 werd opgestart om samenwerkingsverbanden tussen de academische wereld en de industriesector aan te moedigen. Dit programma is erop gericht om projecten te financieren rond doctoraatsthesissen in samenwerking met een Brusselse industriële partner (‘doctoraat in een bedrijf’). Dit houdt in dat de onderzoeker ten minste 50% van de duur van het project in het partnerbedrijf doorbrengt. En het bedrijf profiteert uiteraard van de expertise van de onderzoeker.

Ik zou ook het programma 'Strategisch platform' kunnen noemen. In het kader van dit programma brengen we verschillende universitaire laboratoria samen die diverse onderzoeken binnen een specifiek thema (rond de renovatie van woningen in 2012) uitvoeren met de bedoeling om tegemoet te komen aan de noden van de ondernemingen. Onlangs hebben we voor dit programma een projectoproep afgesloten op het gebied van 'e-health'. "

Wat is de omvang van de financiering die ondernemingen en onderzoekscentra van Innoviris mogen verwachten?

Sebastian Serrano: "Voor wat universitaire programma's betreft, financieren we de projecten voor 100%, maar wel via een kandidatuuroproep. De evaluatie wordt uitgevoerd door een college van academische experts, dat de meest relevante projecten selecteert.

Voor de ondernemingen is het model enigszins anders. Zij komen met hun voorstellen naar ons toe, hun project wordt geanalyseerd en daarna wordt eventueel de financiering toegekend. Maar niet voor 100%. De omvang van deze financiering is afhankelijk van het type project. Indien er bijvoorbeeld sprake is van een ontwikkeling, dan zal het subsidiepercentage lager liggen dan wanneer er sprake is van een onderzoeksprogramma stricto sensu, aangezien het risico ook minder groot is. Andere elementen waarmee rekening wordt gehouden bij het berekenen van de steun, zijn onder andere de grootte van de onderneming en het feit of zij al dan niet samenwerkt met een onderzoeksinstelling of een andere onderneming.

De wedstrijd 'Jonge innovatieve ondernemingen' vormt een uitzondering op deze werkwijze. Hier wordt het beste project wel voor 100% gefinancierd. "

Heeft u praktisch advies voor ondernemingen die een project willen indienen?

Sebastian Serrano: "Zorg ervoor dat het business plan tot in de details is uitgewerkt! We zien regelmatig projecten waarbij de indieners de financiële middelen of de menselijke expertise die ze nodig hebben om hun project tot een goed einde te brengen, volledig hebben onderschat. "

sserrano@innoviris.be

Blijf up-to-date

Het ondernemerslandschap staat niet stil. Wil je niets missen? Sluit je aan bij 25.000 abonnees en ontvang elke twee weken gratis leerrijke inhoudsartikels, concrete tips, boeiende ondernemersportretten, actuele nieuwtjes en een overzicht van nuttige workshops en netwerkactiviteiten in Brussel in je mailbox.